metaalbewerking
Overig

Online metaalbewerking: zo voorkom je foutieve tekeningen

Je krijgt sneller een kloppende offerte en een passend onderdeel als je tekeningpakket op een paar punten echt “af” is: één duidelijke waarheid, bewuste keuzes en zo min mogelijk export-ruis. In de praktijk ontstaan de meeste vragen als een maker nét te veel moet invullen: welke versie klopt, welke maat is kritisch, wat bedoel je met “netjes”. Met de checks hieronder maak je je aanvraag voor metaalbewerking concreet, zodat er minder heen-en-weer nodig is en je minder risico loopt op misinterpretatie.

Voorkom “twee waarheden” tussen 2D en 3D

Zorg dat 2D en 3D hetzelfde verhaal vertellen, of maak expliciet welke bron leidend is. Anders krijg je onvermijdelijk vragen als “welke is leidend?” of “welk bestand klopt?”.

Maak het zichtbaar, niet verstopt: zet in het titelblok of bovenaan één korte regel, bijvoorbeeld “2D leidend voor maatvoering; 3D ter referentie” (of andersom). Dan hoeft niemand te gokken welke maten gevolgd moeten worden.

Werk je met meerdere bestanden, hou versiebeheer strak en consequent. Laat revisies overal terugkomen: in de bestandsnaam, in het titelblok en in de export. Zo voorkom je dat er een oude STEP naast een nieuwe PDF belandt. Een simpele controle helpt: als één van die drie ontbreekt of afwijkt, kijkt niet iedereen naar dezelfde versie.

Toleranties: strak waar het telt, ruim waar het kan

Je tekening wordt sneller te maken (en beter te prijzen) als je toleranties gericht inzet. Strak waar het functioneel nodig is, ruimer waar het vooral om vorm of “netjes passend” gaat.

Zet expliciete toleranties op maten die echt iets doen in montage of werking. Denk aan maten die bepalen of iets past of uitlijnt, zoals hart-op-hart, passingvlakken, haaksheid of vlakheid. Voor maten die vooral de vorm bepalen, is een algemene tolerantie in het titelblok vaak genoeg. Dat scheelt onnodige bewerkingen en extra meetwerk.

Twijfel je welke maat kritisch is, maak dan eerst je interface helder: welke vlakken raken iets anders, waar zitten boutgaten, en waar wil je speling of juist klem. Daarna zet je de strakke toleranties alleen op de plekken die er echt toe doen, in plaats van “voor de zekerheid” overal.

Maakbaarheid zit vaak in kleine notities

Kleine notities maken vaak het grootste verschil, omdat ze context geven die niet vanzelf uit de tekening komt. Daarmee voorkom je extra vragen én krijg je het onderdeel zoals je het bedoelt.

Bij Xuna Solutions kiezen we bewust voor tekeningen zonder open eindjes. Het helpt als je een vaste checklist gebruikt voor dit soort punten: draadtype en of het blind of doorlopend is (bijvoorbeeld “M…”, met diepte), gatdieptes, of er geruimd/passing bedoeld is, en wat er met randen moet gebeuren (ontbramen of een kleine afschuining). Leg dit vooraf vast, dan voorkom je verrassingen en blijven randen bijvoorbeeld netjes en “handvriendelijk”.

Voor zichtvlakken werkt het goed als je “zichtwerk” concreet maakt: welk vlak is zichtwerk en welk vlak niet. Zet je erbij “geen zichtbare gereedschapssporen” of “cosmetisch vlak”, dan weet de maker meteen dat daar extra aandacht (en vaak extra nabewerking) bij hoort. Zo krijg je niet alleen “technisch oké”, maar ook het afwerkingsniveau dat je verwacht.

Digitale ruis: kleine exportfouten, grote verwarring

Ook met een goede tekening wil je exportfouten eruit halen. Daarmee blijven 2D, 3D en exports synchroon en voorkom je gedoe over schaal, units of revisies.

Doe een korte ketencheck: klopt de eenheid (mm/inch), staat het nulpunt logisch, en hebben 2D, 3D en exports dezelfde revisie? Let vooral op het moment na een kleine wijziging: als maar één bestand opnieuw is geëxporteerd, wil je dat meteen zien. Dan werk je niet per ongeluk met een mix van oud en nieuw.

Even laten meekijken?

Als je wil, kijken we graag mee naar je 2D/3D-pakket, de kritieke maten en je notities over randen en zichtwerk, zodat je aanvraag in één keer helder landt. Neem gerust contact op via Orderon.com

Comments are closed.